Toch nog diamanten onder de kerstboom. De voorlopige bewindvoerder als wegbereider voor de curator.



Avocat - associé

De afwijzing van de aanvraag tot faillissement van Brink’s Belgium vestigde opnieuw de aandacht op een weinig gebruikte mogelijkheid waarin de faillissementswet voorziet. De voorzitter van de rechtbank van koophandel stelde twee voorlopige bewindvoerders aan die tijdelijk het bestuur van de onderneming vervangen. Let wel, het faillissement is daarmee niet afgewend, integendeel, deze beslissing impliceert dat de faillissements-voorwaarden vervuld zijn.

Een dergelijke maatregel wordt op vraag van elke schuldeiser of desnoods ambtshalve door de rechtbank opgelegd en beoogt het actief van de onderneming veilig te stellen in afwachting van het faillissement. Op die manier wordt het de onderneming onmogelijk gemaakt haar activa al dan niet geruisloos te laten verdwijnen in de aanloop tot het faillissement. Het belang van de schuldeisers staat in deze situatie voorop, niet langer het belang van de eigenaars van de onderneming.
 
De aanstelling van een voorlopige bewindvoerder, die garanties moet bieden op het vlak van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, heeft een louter bewarend karakter en is erop gericht voor schuldeisers schadelijke handelingen te verhinderen. De voorlopige bewindvoerder komt in de plaats van het bestuur. Zijn specifieke bevoegdheden worden strikt omschreven door de voorzitter van de rechtbank en kunnen betrekking hebben op het volledige of een deel van het actief van de geviseerde onderneming, maar kunnen worden gewijzigd wanneer dit noodzakelijk blijkt om de activa van de onderneming te bewaren.
 
Dat deze bevoegdheden zeer ruim kunnen zijn, bewezen Alain Zenner en Gerard Delvaux. Zij slaagden er immers in het actief van Brink’s Belgium dat reeds virtueel was overgedragen aan een derde, te recupereren.
 
Weet dus dat de faillissementswet u als schuldeiser een ultiem middel aanreikt om de verarming van uw schuldenaar tegen te gaan en de voor u schadelijke voorbereiding van het faillissement onder de loep te nemen. U moet deze procedure evenwel combineren met een vordering tot faillietverklaring. Zoniet, kan de voorlopige bewindvoerder zijn mandaat niet opnemen. Met deze procedure krijgt u evenwel geen bevoorrechte positie tegenover de andere schuldeisers en moet u nog steeds de gevolgen van de samenloop ondergaan wanneer het effectief tot een faillissement komt.
 
Het faillissement hoeft uiteraard niet noodzakelijk te volgen op de aanstelling van de voorlopige bewindvoerder. Soms kan het volstaan dat het actief wordt geconserveerd, waarop een overnemer voor één of meerdere actiefbestanddelen of zelfs de aandelen kan worden gevonden, zodat de onderneming opnieuw in veilig(er) vaarwater terechtkomt. In dat geval kan mogelijks een faillissement worden voorkomen, waarna het mandaat van de bewindvoerder van rechtswege vervalt.