Slachtoffers van medische ongevallen niet langer in de kou?



Sophie Marysael

Na een jarenlange zoektocht en enkele vergeefse pogingen, ambieert de Belgische wetgever thans een oplossing te bieden aan patiënten die zich als gevolg van een medische fout of een therapeutisch risico geconfronteerd zien met dure en tijdrovende gerechtelijke procedures vooraleer hun schade vergoed te krijgen.


De wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg (Wet Medische Ongevallen) laat het medisch aansprakelijkheidsrecht een andere gedaante aannemen. Het gemeen, klassieke aansprakelijkheidsrecht dat wordt aangewend bij de procedure voor de rechtbanken en waarbij het slachtoffer moet bewijzen wie in fout is en hoe deze fout in oorzakelijk verband staat met de schade die hij lijdt, blijft behouden. Daarnaast biedt de wetgever de patiënt nu ook een tweede “spoor” aan via het Fonds voor medische ongevallen.
 
In tegenstelling tot het “gerechtelijke” spoor, is de weg naar het Fonds zeer laagdrempelig. Een verzoek tot schadevergoeding kan louter via aangetekend schrijven worden ingediend. De procedure zelf is kosteloos, minnelijk en kent een snellere afhandeling.
 
Na kennis te hebben genomen van het verzoekschrift van het slachtoffer, waarin advies wordt gevraagd omtrent de eventuele aansprakelijkheid en de ernst van de schade, trekt het Fonds de zaak naar zich toe. Zo zal het Fonds, en niet de patiënt, alle noodzakelijke informatie opvragen om de oorzaken en de gevolgen van de schade te kunnen evalueren. Mogelijks organiseert het Fonds – op haar kosten – een tegensprekelijk deskundigenonderzoek om alles uit te klaren.
 
Het Fonds zal vervolgens het slachtoffer of zijn rechthebbenden in vier gevallen vergoeden:
  • Vooreerst komt het Fonds tussen indien er sprake is van ernstige schade zonder dat hierbij de aansprakelijkheid van de zorgverlener kan worden weerhouden (voorbeeld: ziekenhuisbacterie).
     
  • Voorts zal het Fonds tot vergoeding overgaan wanneer de aansprakelijkheid in hoofde van de zorgverlener vaststaat, doch zijn aansprakelijkheid niet voldoende gedekt is door een verzekeringsovereenkomst.
     
  • Een derde geval waarin het Fonds tot vergoeding overgaat, is wanneer de zorgverlener of zijn verzekeraar de aansprakelijkheid betwist, doch het Fonds van oordeel is dat de aansprakelijkheid dient te worden weerhouden.
     
  •  Ten slotte kan het Fonds een vergoeding uitkeren, indien het voorstel van de arts of diens verzekeraar door het Fonds ontoereikend wordt bevonden.
Indien zou blijken dat het Fonds als gesubrogeerde in de rechten van het slachtoffer een latere procedure tegen de arts of zijn verzekeraar verliest, draagt het Fonds dit verlies zelf en is geen terugvordering van de eerder aan het slachtoffer uitbetaalde vergoeding mogelijk.
 
Voornoemde wet is al van kracht sedert begin april 2010, maar het blijft – bij gebrek aan een regering – voorlopig nog even wachten op het Koninklijk Besluit dat voorziet in de oprichting van het Fonds.

Hoewel deze wet zowel door patiënten, zorgverleners (zo kan met een procedure voor het Fonds de negatieve publiciteit verbonden aan een gerechtelijke uitspraak vermeden worden) als verzekeraars  positief wordt ontvangen, blijft de vraag of het Fonds de hoge verwachtingen zal kunnen inlossen.