Verborgen gebreken? Wees er op tijd bij!



Advocaat

Het gebeurt wel eens dat een gekocht goed of uitgevoerd werk enige tijd na de aankoop of de aannemingsopdracht gebrekkig blijkt. Wanneer dergelijke verborgen gebreken aan het licht komen, is het voor de koper van belang snel te (re)ageren. Zo niet dreigt verval van het recht om schadevergoeding te claimen, zelfs al zou de verjaringstermijn nog lang niet verstreken zijn.

Op de verkoper van een zaak rust de verbintenis om de koper te vrijwaren voor verborgen gebreken. De koper die zo’n verborgen gebrek ontdekt, zal meestal wel snel de verkoper in gebreke stellen, maar daarna misschien de zaken even op hun beloop laten. Nochtans is de koper in geval van geen of afwijzende reactie van de koper gehouden zich binnen "korte tijd” tot de rechter te wenden of m.a.w. een procedure te starten. 
 
De achterliggende idee van de “korte termijn” is dat het onderzoek naar het ontstaan van het gebrek en de toestand van het verkochte goed niet onmogelijk mag worden gemaakt door een al te lang tijdsverloop. De verkoper moet immers enkel instaan voor gebreken die reeds aanwezig waren bij de levering en niet voor gebreken die later zijn opgetreden of die het gevolg zijn van een verkeerd gebruik of slijtage. Deze ratio legis van de “korte termijn” moet in de praktijk goed voor ogen gehouden worden en leidt ertoe dat de concrete duur ervan zeer sterk kan verschillen, afhankelijk van de aard van het verkochte goed, de aard van het gebrek, het gebruik van het goed … Ook het feit dat partijen tot onderhandelen zijn gekomen, is relevant voor de beoordeling van de notie “korte termijn”: de termijn kan immers verlengd worden met de duur van de onderhandelingen.
 
Deze regels werden wat gemilderd voor de consument: hier moet de verkoper gedurende minstens twee jaar instaan voor gebreken (de zogenaamde “garantietermijn”). Verder beschikt de consument vanaf de ontdekking van het gebrek steeds over een termijn van één jaar om een vordering voor de rechtbank in te stellen.
 
Inzake aanneming bestaat een analoge verplichting voor de bouwheer om te handelen “binnen een nuttige termijn” vanaf de ontdekking van de gebrekkige uitvoering van de werken. Dit geldt evenwel enkel voor de “lichtere” verborgen gebreken. Voor gebreken die de stevigheid van het bouwwerk of een deel daarvan aantasten, geldt een absolute verjaringstermijn van tien jaar, ongeacht het tijdstip van het ontdekken van het gebrek. Anders dan bij de verkoop werd hier voor de consument geen afzonderlijke regeling voorzien.
 
Let wel, wat voorafgaat slaat enkel op verborgen gebreken. Gebreken die “zichtbaar” zijn bij de levering (in geval van verkoop) of oplevering (ingeval van aannemingswerken) worden geacht aanvaard te zijn wanneer die gebreken niet op het ogenblik van de (op)levering geprotesteerd worden. Nadien kan geen protest meer baten.