Toegelaten arbeid voor gepensioneerden. Is the sky voortaan the limit?



Advocaat - vennoot

Wie als werknemer of zelfstandige een rustpensioen geniet, kan dit volgens de huidige wetgeving niet onbeperkt cumuleren met een inkomen uit arbeid. Een gepensioneerde die ‘bijklust’, loopt het risico een deel van zijn pensioen – soms zelfs een volledig jaarpensioen – te verliezen. Recent heeft de ministerraad beslist dit stelsel van toegelaten arbeid ingrijpend aan te passen. Tijd voor een toelichting..

De huidige wetgeving: grenzen aan het cumuleren
 
Het principe van de beperkte cumuleerbaarheid van een wettelijk pensioen met een beroepsactiviteit staat al langer op de helling. Vanuit socio-economisch oogpunt valt immers moeilijk te rechtvaardigen dat iemand die jarenlang pensioenbijdragen heeft betaald, na zijn pensionering niet onbeperkt van zijn pensioen zou mogen genieten. Daartegenover staat dat de pensioenfinanciering van het wettelijke pensioen niet steunt op het ‘kapitalisatieprincipe’ maar op het ‘repartitiemechanisme’. Wie bijdragen betaalt voor het wettelijk pensioen, bouwt daarmee niet zijn eigen pensioen op, maar financiert mee de pensioenen van de mensen die op dit moment gepensioneerd zijn.
 
Vandaag mag een gepensioneerde naast zijn rust- of overlevingspensioen een beroepsactiviteit uitoefenen, op voorwaarde dat het inkomen daaruit binnen bepaalde (jaar)grenzen blijft. Het principe is hetzelfde voor wie tijdens zijn loopbaan werknemer of zelfstandige was. Hoeveel men naast het pensioen mag bijverdienen, hangt af van drie factoren:
  • de aard van de uitgeoefende activiteit: als ‘werknemer’ of ‘zelfstandige’;
  • of men al dan niet kinderen ten laste heeft;
  • of men jonger of ouder is dan 65 jaar.
 
Dit zijn de grenzen voor het jaar 2013:
 
Aard van de activiteit
- Vervroegd rustpensioen
- Rust- en overlevingspensioen jonger dan de wettelijke pensioenleeftijd
Rust- en/of overlevingspensioen vanaf 65 jaar
Overlevingspensioen vóór 65 jaar
Kinderen ten laste
Zonder
Met
Zonder
Met
Zonder
Met
Werknemer
€ 7.570
€ 11.355,02
€ 21.865,23
€ 26.596,5
€ 17.625,6
€ 22.032
Zelfstandige
€ 6.056,01
€ 9.084,01
€ 17.492,17
€ 21.277,19
€ 14.100,48
€ 17.625,60
Werknemer en zelfstandige
€ 6.056,01
€ 9.084,01
€ 17.492,17
€ 21.277,19
€ 14.100,48
€ 17.625,60
 
De bedragen als werknemer verwijzen naar bruto beroepsinkomsten, de bedragen als zelfstandige verwijzen naar netto belastbare beroepsinkomsten. Bij een gecombineerde activiteit als werknemer/zelfstandige gaat het om de netto beroepsinkomsten als zelfstandige + 80% van de bruto beroepsinkomsten als werknemer.
 
 ‘Effectieve activiteiten’
 
De begrenzing van aanvullende inkomsten slaat op ‘effectieve bezigheden’. Inkomsten die niet gelinkt zijn aan een effectieve activiteit mag men in principe onbeperkt met een pensioen cumuleren. Voorbeelden daarvan zijn een aanvullende opzeggings- of beschermingsvergoeding die men krijgt na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst vóór pensionering, of een niet-concurrentievergoeding die na de pensionering wordt uitbetaald.
 
Het begrip ‘bezigheid’ wordt ruim geïnterpreteerd. Onder die noemer valt elke activiteit die een inkomen oplevert, zowel binnen als buiten België. Het kan gaan om een activiteit als werknemer of zelfstandige, het verhuren van industriële, handels- of landbouwuitbatingen, de functie van beheerder of werkend vennoot,… Ook activiteiten die via een tussenpersoon verlopen, tellen mee. Een tussenvennootschap oprichten is dus geen oplossing om aan de beperkte cumuleerbaarheid te ontsnappen.
 
Inkomsten uit het scheppen van wetenschappelijke of artistieke werken mogen dan weer onbeperkt worden gecumuleerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor muzikanten, acteurs of kunstenaars, op voorwaarde dat zij geen handelaar zijn, niet concurrentieel zijn op de arbeidsmarkt en hun activiteit niet uitoefenen in het kader van een arbeidsovereenkomst. Als dat wel het geval is, geldt ook voor hen de beperkte cumuleerbaarheid.
 
Voor inkomsten uit politieke mandaten bestaan bijzondere bepalingen.
 
Aangifte van een beroepsbezigheid
 
Wie een pensioen ontvangt en daarnaast een beroepsbezigheid uitoefent, moet daarvan aangifte doen bij de RVP of het RSVZ. Voor wie al 65 jaar is en een pensioen ontvangt op het ogenblik dat hij of zij met een beroepsactiviteit begint, geldt die aangifteplicht niet. De controle gebeurt namelijk elektronisch door de pensioeninstelling.
 
Elke activiteit die inkomsten ‘kan’ opleveren, moet worden aangegeven, ongeacht hoe groot die inkomsten zijn, zelfs al zijn ze volledig cumuleerbaar met het pensioen. De aangifte moet gebeuren via een aangetekende brief, met het formulier ‘74’, dat te downloaden is via de website van de RVP (www.onprvp.fgov.be).
 
Wie als pensioengerechtigde een activiteit als werknemer uitoefent, moet ook zijn werkgever laten weten dat hij een pensioen geniet. De werkgever moet dan zelf de RVP of het RSVZ op de hoogte brengen van de tewerkstelling, tenzij wanneer de gepensioneerde al 65 is en een pensioen geniet bij het begin van de beroepsactiviteit. Als de werkgever geen aangifte doet, riskeert hij een boete van drie maal het gemiddelde minimum maandinkomen.
 
Sancties bij het overschrijden van de inkomensgrenzen
 
Verdient men naast het pensioen meer dan wettelijk toegelaten, dan staan daar sancties op.
  • Als men in de loop van een jaar maximum 15% meer verdient dan het toegelaten grensbedrag, dan wordt het pensioen voor dat jaar verminderd met het percentage van de overschrijding. Wie 10% meer verdient dan de toegelaten grens, krijgt dus 10% minder pensioen.
  • Gaat het om meer dan 15% van het grensbedrag, dan wordt het pensioen voor het hele jaar geschorst.
  • Als de gepensioneerde gedurende een jaar van categorie verandert, worden de grenzen pro rata toegepast.
 
Wijzigingen aan de wetgeving
 
Op 11 januari 2013 heeft de ministerraad een aantal belangrijke wijzigingen aan dit systeem goedgekeurd.
 
  • De regering wil elke beroepsinkomensgrens afschaffen voor gepensioneerden vanaf 65 jaar die een (al dan niet gemengde) loopbaan van 42 jaar voltooid hebben. Wie aan deze voorwaarden voldoet, zou voortaan onbeperkt mogen bijverdienen.
     
  • Het bestaande systeem wordt gemilderd voor wie niet in aanmerking komt voor een volledige vrijstelling. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen die met vervroegd pensioen zijn, die geen loopbaan van 42 jaar achter de rug hebben of die een overlevingspensioen genieten. Voor hen wordt de grens van overschrijding opgetrokken van 15% naar 25%. Bovendien worden vanaf 2013 de toegelaten grenzen met 2% verhoogd (die verhoging zit al vervat in de bedragen in de tabel hierboven) en vervolgens automatisch geïndexeerd, wat vroeger niet het geval was.
     
  • Wie van een rust- of overlevingspensioen geniet, zal in de loop van een kalenderjaar principieel niet meer van categorie wijzigen. Dit zorgt namelijk voor verwarring en voor onverwachte overschrijdingen van de toegelaten grenzen, zo stelt de minister van Pensioenen. Eén uitzondering hierop is de wijziging van categorie doordat de persoon in kwestie 65 jaar wordt. De regering wil immers vermijden dat iemand vervroegd met pensioen zou gaan vanwege de hogere toegelaten inkomensgrenzen of omdat er geen inkomensgrenzen meer zijn als men 65 jaar wordt.
 
Er zijn ook verschillende nieuwe maatregelen aangekondigd om de administratieve verplichtingen te vereenvoudigen en de verschillen tussen de pensioenstelsels te harmoniseren.
  • De aangifteverplichting zou integraal vervallen, zowel voor de gepensioneerde als voor de werkgever. Enkel in die gevallen waar de pensioeninstelling zelf niet aan de gegevens kan geraken die nodig zijn voor controle – bijvoorbeeld wanneer iemand een bestuursmandaat of buitenlandse beroepsactiviteiten uitoefent – blijft er een aangifteplicht bestaan.
  • In de toekomst zullen de verschillende pensioeninstellingen eenzelfde begrippenkader hanteren, om tegenstrijdige en afwijkende beslissingen te voorkomen. Geen discussies meer over het al dan niet beroepsmatige karakter van het dubbele vakantiegeld, of over het moment waarop het vakantiegeld moet worden aangerekend (in het lopende of het vorige (vakantiedienst)jaar). Dubbel vakantiegeld wordt niet langer beschouwd als beroepsinkomen; vakantiegeld wordt aangerekend in het jaar waarin het wordt uitbetaald.
  • De fiscale bepalingen over de belastingvermindering voor inkomens uit professionele activiteiten na de pensioengerechtigde leeftijd zouden worden aangepast.
 
De wijziging is pas goedgekeurd op de ministerraad en moet nog het hele wetgevingsproces door. Het is dus momenteel nog niet duidelijk wanneer de wetswijziging er effectief zal komen. Wel zou de versoepeling retroactief ingaan vanaf 1 januari 2013.