Hervorming rolrechten



Hervorming rolrechten
Vanaf 1 juni 2015 wordt het systeem van de rolrechten (dit zijn de belastingen die betaald moeten worden bij het inschrijven van een zaak op de agenda van de rechtbank) gewijzigd.

Met een verhoging van de rolrechten (lees: het opstarten van een gerechtelijke procedure duurder te maken) probeert men de werklast voor justitie te beperken door mensen aan te sporen een geschil eerst buitengerechtelijk op te lossen.

De hervorming bestaat uit volgende krachtlijnen:

- Het rolrecht wordt thans in verhouding tot de waarde van de vordering gebracht. De hervorming geldt tevens in hoger- en cassatieberoep.

- Het rolrecht wordt per eisende partij betaald. Elke natuurlijke of rechtspersoon dient in verhouding tot zijn aandeel in de totale waarde van de vordering een rolrecht te betalen.

- Om de specifieke rolrechten in een zaak te kunnen berekenen moet een pro-fiscoverklaring worden ingevuld waarin (onder meer) de waarde van de vordering wordt aangegeven.

Een bijzondere regeling is voorzien voor de arbeidsgeschillen en de fiscale geschillen. In het oude systeem moest er voor deze zaken geen rolrecht worden betaald. In het nieuwe systeem blijft deze vrijstelling grotendeels behouden, behalve voor de arbeidsgeschillen en fiscale geschillen met een waarde hoger dan 250.000 euro. Voor de familierechtbank gelden eveneens afzonderlijke regels.