Onderwerping van sociale lasthebbers aan werknemersstatuut onwettig



In een recent arrest heeft het Arbeidshof te Brugge beslist dat de uitbreiding van het toepassingsgebied van de RSZ-wet naar lasthebbers in een sociale vereniging, waaronder bijvoorbeeld bestuurders van vzw’s, onwettig is. Hierdoor moeten in beginsel dan ook geen sociale werkgevers- of werknemersbijdragen worden betaald op de vergoedingen die aan dergelijke lasthebbers worden uitgekeerd.

De RSZ-wet bepaalt immers dat haar toepassingsgebied enkel kan worden uitgebreid naar die personen die in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten. De uitbreiding naar lasthebbers gaat bijgevolg verder dan wat de wet toelaat, nu deze hoedanigheid op zich niet wijst op het verrichten van arbeid onder gezag of onder gelijkaardige voorwaarden.

Er kan dan ook naar dit arrest worden verwezen om te voorkomen dat de RSZ een bestuurder van een vzw, louter omwille van zijn hoedanigheid als lasthebber, ambtshalve aan het sociaalrechtelijk werknemersstatuut onderwerpt. Wel blijft voor de RSZ de mogelijkheid bestaan om de bestuurder op basis van de arbeidsrelatiewet als werknemer te beschouwen, zij het dat dan aan een aantal specifieke voorwaarden moet zijn voldaan.