Fundinglossvergoedingen worden steeds verder teruggedrongen



Fundinglossvergoedingen worden steeds verder teruggedrongen
Ondernemingen die een bankkrediet vervroegd willen terugbetalen, worden nog dikwijls geconfronteerd met zeer hoge wederbeleggings- of fundinglossvergoedingen. Hoven en rechtbanken oordelen echter steeds vaker dat de vergoeding waarop de bank bij vervroegde terugbetaling recht heeft, moet beperkt worden tot het bedrag van zes maanden interest, berekend over de terugbetaalde som en aan de conventioneel bedongen rentevoet. Zo besliste recent nog de Brusselse rechtbank van koophandel in een vonnis van 15 februari 2018.

Dit plafond geldt voor alle kredieten die kwalificeren als een lening. Een belangrijke graadmeter om te beoordelen of een krediet een lening vormt, is de vrijheid om het krediet op te nemen en terug te betalen. Als vuistregel geldt: hoe minder vrijheid de kredietnemer heeft, hoe meer het krediet als een lening te beschouwen is. Zo zullen investeringskredieten vaak een lening vormen, waarbij de wederbeleggingsvergoeding dan ook tot zes maanden interest herleid moet worden.

Betaalde u in het verleden bij vervroegde terugbetaling van een krediet dat in wezen een lening was een te hoge wederbeleggingsvergoeding, kan u wellicht zelfs aanspraak maken op terugbetaling van wat u teveel betaalde.

Voor kredieten die tot stand kwamen vanaf 10 januari 2014 is de Wet KMO-Financiering kleine en middelgrote ondernemingen bijkomend tegemoet gekomen. Deze wet verleende aan KMO’s het recht kredieten vervroegd terug te betalen, zelfs indien de kredietovereenkomst dit niet toelaat. Bovendien werd de wederbeleggingsvergoeding voor kredieten waarvan het kredietbedrag minder dan 1.000.000 euro bedraagt, geplafonneerd op zes maanden interest, ook als die kredieten niet kwalificeren als een lening. Voor kredieten die geen lening vormen en waarvan het bedrag hoger is dan 1.000.000 euro, kan wel een hogere vergoeding bedongen worden, mits die in overeenstemming blijft met de berekeningsmodaliteiten bepaald in de interprofessionele gedragscode. Daarnaast riep de Wet KMO-Financiering specifieke zorgvuldigheids-, advies- en informatieverplichtingen voor banken in het leven.

Uit onderzoek bleek dat de wet weinig of geen invloed heeft gehad. Daar om is sinds 8 januari ll. het kredietbedrag voor kredieten waarvoor de wederbeleggingsvergoeding geplafonneerd is op zes maanden interest verhoogd tot 2.000.000 euro. Met ingang vanaf 1 maart ll. werden ook de informatieverplichtingen van de bank bij KMO-financiering verder uitgebreid, onder meer omtrent de waarborgen en zekerheden waaraan een krediet wordt onderworpen en de mogelijkheden tot het bekomen van overheidsgaranties.